Toespraak burgemeester
Op 11 september 2026 zijn de laatste gedenkstenen geplaatst en is het project na acht jaar formeel afgerond. Burgemeester Ton Heerst hield een toespraak.
Vandaag leggen we de laatste gedenksteen. Een steen met een naam.
De naam van iemand die hier woonde. Hier zijn of haar leven leidde.
Iemand met familie, vrienden, werk, dromen en een dagelijks leven.
Iemand die onderdeel was van Apeldoorn.
En juist dat vind ik zo belangrijk aan deze gedenkstenen.
Ze liggen niet ergens achter de deuren van een museum. Ze liggen gewoon in onze straten. Op de plek waar mensen woonden. Waar ze thuiskwamen. Waar hun buren woonden.
Zo krijgen deze mensen weer een zichtbare plek in onze stad.
De Werkgroep Gedenkstenen Joods Apeldoorn werkt hier inmiddels al jaren aan. Sinds 2018 zijn op verschillende plekken in Apeldoorn gedenkstenen gelegd. Voor de Joodse Apeldoorners die tijdens de oorlog werden vervolgd, gedeporteerd en vermoord.
Vandaag komen we hier samen om deze jarenlange reeks gedenksteenleggingen af te ronden. Een bijzonder moment, omdat daarmee voor alle 427 mensen een zichtbare plek in Apeldoorn is gerealiseerd. 427 mensen, dat is een getal. Maar achter dat getal zitten 427 levens, 427 verhalen. De werkgroep heeft de afgelopen jaren veel van die verhalen boven tafel gehaald. En dat waren lang niet altijd gemakkelijke verhalen.
Over mensen die probeerden onder te duiken. Over verraad. Over gezinnen die uit elkaar werden gerukt. Over mensen die geen andere uitweg meer zagen dan hun eigen leven te beëindigen.
Maar ook over de rol van Nederlanders. Van bestuurders, politieagenten, notarissen en andere instellingen. Mensen en organisaties die meewerkten aan uitsluiting, vervolging en beroving.
Ook dat hoort bij de geschiedenis van Apeldoorn.
Het onderzoek naar de geroofde Joodse huizen was een belangrijke aanleiding voor de subsidie waarmee dit werk mogelijk is gemaakt. Dat onderzoek heeft niet alleen veel informatie opgeleverd. Het heeft ook laten zien hoeveel verhalen er nog zijn die we niet kennen.
Ik vind het belangrijk dat die informatie niet alleen beschikbaar is voor onderzoekers of historici, maar voor alle Apeldoorners.
Daarom is het mooi dat we ook via de QR-tegels de verhalen achter de namen toegankelijk maken. En misschien komt daar in 2027 ook een boek bij. Ook het Fonds Joodse Geschiedenis Apeldoorn kan daarbij een rol spelen. Dit fonds is er juist om initiatieven die de Joodse geschiedenis van Apeldoorn zichtbaar en toegankelijk maken mogelijk te maken. Tot nu toe is één initiatief gehonoreerd: het boek De Joodse school in Apeldoorn van Frans de Heus. Ik hoop dat meer mooie initiatieven de weg naar het fonds weten te vinden. Want hoe meer we weten, hoe beter we begrijpen wat er is gebeurd. En daar zit voor mij ook het belang van zichtbaarheid. Deze stenen maken zichtbaar wat zo lang onzichtbaar is gebleven.
Een naam op een steen maakt duidelijk: hier woonde iemand. Hier woonde een mens. Iemand die onderdeel was van deze stad. Totdat hem of haar dat recht werd afgenomen. En daarom zijn deze stenen meer dan een herinnering aan de dood. Ze herinneren ons ook aan het leven dat eraan voorafging. Voor nabestaanden kan zo'n steen bovendien een bijzondere betekenis hebben. Veel mensen die zijn vermoord, hebben geen bekend graf. Geen plek waar familie naartoe kan om hun naam te noemen. Dan kan een gedenksteen zo'n plek worden.
Een plek om stil te staan... Om te herinneren... Om iemand weer even een plaats te geven. En daarom moeten we dit verhaal blijven vertellen. Juist aan volgende generaties. Leerlingen uit groep 7 en 8 krijgen lessen over de Joodse geschiedenis van Apeldoorn. Ze horen verhalen. Ze leren wat er in hun eigen stad is gebeurd. Soms ontmoeten ze iemand die de oorlog zelf heeft meegemaakt. En vervolgens gaan ze naar de gedenkstenen. Naar de plek waar mensen daadwerkelijk hebben gewoond. Dat maakt geschiedenis anders. Dan gaat het niet alleen over een oorlog van tachtig jaar geleden. Dan gaat het over een kind dat hier woonde. Over een gezin. Over een huis in een straat die je misschien kent. Zo wordt herdenken ook leren. En leren is belangrijk. Want een gedenksteen kijkt terug, maar stelt ons ook een vraag. Herkennen wij uitsluiting wanneer die begint? Zien we wanneer mensen worden weggezet als minderwaardig? En durven we daar dan iets tegenover te zetten?
Daarom is herdenken nooit alleen terugkijken. Het gaat ook over de samenleving die we vandaag met elkaar vormen.
Ik wil de Werkgroep Gedenkstenen Joods Apeldoorn dan ook hartelijk bedanken. Voor de jarenlange inzet. Voor het uitzoeken van de verhalen. Voor het contact met nabestaanden. En vooral voor het steeds opnieuw zichtbaar maken van deze geschiedenis in onze stad.
En natuurlijk wil ik de nabestaanden bedanken die vandaag hier zijn.
En de nabestaanden die er niet bij kunnen zijn, maar voor wie deze steen net zo betekenisvol is.
Dat ik vandaag deze laatste steen mag leggen, vind ik bijzonder.
Niet omdat we hiermee een geschiedenis afsluiten. Dat kan niet. De verhalen blijven.
De namen blijven.
Maar vandaag geven we opnieuw een naam een plek. Een plek in de straat. Een plek in onze stad. Een plek in onze herinnering. En misschien is dat wel de belangrijkste betekenis van deze stenen. Ze zeggen: Jij bent hier geweest. Jij hoorde bij deze stad. Wij zijn je niet vergeten. Daarom zijn deze stenen niet alleen stenen van herdenking. Ze zijn ook een opdracht aan ons allemaal. Om te blijven kijken. Om te blijven leren. Om uitsluiting en antisemitisme te herkennen wanneer het begint. En om niet weg te kijken. Want iedere gedenksteen herinnert ons aan een mens. Iemand die hier leefde. En zolang wij die namen blijven noemen, worden zij niet vergeten en blijven zij onderdeel van Apeldoorn.
Dank u wel voor uw aandacht.
.jpg)
