Contact
contact
Locatie en route
route
zoek
Zoek in de site

in de media

blogs

Nieuws

Mijn vader - blog

Mijn vader

Mijn naam is Petra Benjamins en ik ben geboren in 1931. In het eerste deel heb ik u verteld over mijn Joodse vader, Jonas Benjamins, die tijdens de razzia in oktober 1941 werd gearresteerd en naar het politiebureau is gebracht.

1941
In de uren na de arrestatie bleek dat mijn vader er in is geslaagd om een briefje te schrijven: Wij hebben op het politiebureau geslapen, zonder [dat] er van slapen sprake was. Wij worden nu weggebracht en dit zal misschien mijn laatste briefje aan jou zijn in [een] heel, heel lange tijd. Hij besloot met een emotionele en persoonlijke boodschap aan ons als achterblijvers.

Na twee weken dwangarbeid overleed mijn vader. Dat hij als jonge, sterke, gezonde man zo snel stierf, zegt iets over de omstandigheden in concentratiekamp Mauthausen. Na zijn dood werden de anti-Joodse beperkingen voor ons opgeheven. We mochten weer naar het park, het strand of de bioscoop. Het is niet meer dan een schrale troost geweest…

1942
Op een zomerdag, het is al bijna middernacht, stonden er opeens drie jongens bij ons aan de deur. Mijn moeder deed open, misschien alleen het luikje of wellicht de hele voordeur, en de jongens vroegen haar om een fietspomp. Mijn moeder zei dat ze die niet had. De jongens begonnen zomaar te schelden, te vloeken, te dreigen en gillen ‘trap de deur maar in!’ Ze wisten blijkbaar dat er bij ons thuis een Joodse man verbleef. En die wilden ze uit huis trekken met ongetwijfeld de bedoeling hem iets aan te doen. Mijn moeder riep hard om hulp en de jongens renden weg. Omdat het zo donker was, heeft mijn moeder nooit geweten wie het waren. De eerder genoemde Pijbes belde de politie en vroeg om assistentie.

Ondanks deze gebeurtenis nam mijn moeder toch een groot risico: ze besloot onderduikers in huis te nemen. Ze wist dat ze een flinke straf kon krijgen als de nazi’s of de politie er achter zouden komen. Op een gegeven moment zaten bij ons in elk geval vier volwassenen en twee kinderen verstopt. We woonden in een vrijstaande huis, in een rustig straatje grenzend aan het bos. Mijn moeder moet gedacht hebben dat het om die reden niet zo zou opvallen. Eén van onderduikers was een meisje die Ilse Ruth Lustig heette. Met haar ouders en haar oudere broer was ze haar woonplaats Amsterdam ontvlucht en kwam ze op een dag stiekem ons huis binnen. Ilse Ruth is dan 12 jaar. Ik was op dat moment 11 jaar oud. Het was voor Ilse Ruth moeilijk om ondergedoken te zitten; weg van huis, haar eigen vriendjes en vriendinnetjes, niet naar school kunnen en dag en nacht samen moeten zijn met haar ouders, haar broer, ons gezin en die andere twee onderduikers. Het zal voor geen enkel kind een makkelijke opgave zijn geweest.

1943
De vader van Ilse Ruth, Gustav Lustig, schreef tijdens zijn onderduik in ons huis korte notities in een kleine agenda. De moeder van Gustav was patiënte binnen Het Apeldoornsche Bosch. Op 21 januari 1943 stond in de agenda van Gustav het volgende genoteerd: Bericht ontvangen dat het gesticht Het Bosch weg moet. Heden ook laatste bericht ontvangen. Arme lieve goede moeder. God zij met jou op je laatste reis. Door correcties die hij heeft toegepast, wordt duidelijk dat Gustav in eerste instantie geen bericht heeft ontvangen over zijn moeder. Deze notitie is vrijwel zeker geschreven nadat een groot aantal artsen en verplegend personeel de nacht voordat, achteraf gezien, de ontruiming van Het Apeldoornsche Bosch gaat beginnen naar ons huis is gevlucht. Deze personeelsleden bleven bij ons overnachten.

Opnieuw brak er een verdrietige en zwarte dag aan: op 2 april 1943 stond de politie voor de deur en alle onderduikers werden opgepakt. Zijn we verraden door mensen uit de buurt? Viel het op dat er misschien helpers bij ons aan de deur kwamen met boodschappen en andere spullen? Of heeft de politie op een avond bij ons huis geluisterd en op die manier onderzocht of er meer mensen aan het praten waren dan dat er woonden?

Tijdens de razzia in ons huis trekt een van de foute agenten de Davidster, die ik aan een kettinkje droeg - een cadeau van mijn vader – van mijn hals af en stampt het kapot. Ik heb gezien hoe de gewapende dienders Ilse Ruth Lustig en haar broertje van de trap af sleurde. Haar gegil en gehuil gingen door merg en been. Mijn moeder werd gearresteerd en tijdens haar detentie mishandeld.

Het was heel verdrietig dat Ilse Ruth, haar broer, haar ouders en de twee andere Joden ineens uit ons huis en uit ons leven verdwenen. Ik wist goed wat hen te wachten stond. Ze werden naar het politiebureau gebracht en in een cel opgesloten. De volgende dag werden zij overgebracht naar een strafbarak in Kamp Westerbork. De broer van Ilse Ruth werd naar Sobibor gedeporteerd en daar omgebracht. Ilse Ruth en haar ouders komen om in een gaskamer van Auschwitz.

Mijn moeder werd vanwege hulp aan Joden gelijk met het gezin Lustig door de agenten Jannes Doppenberg en Huibertus Oosterdijk opgepakt. Dat maakt aannemelijk dat zij bij aanvang van de razzia aanwezig zijn geweest. Ze kwam bont en blauw terug van het politiebureau.


terug naar overzicht
terug naar overzicht

Draai je telefoon
voor de beste beleving